maandag 13 juli 2020

Tweemaal Bosch: Meer en- en Bies-



Deze maandagmorgen weer op actieve wijze gestart met een loopje van het viertal Pievitofre. En uiteraard was Meer en Bosch weer de locatie.

Hoe zou het gaan? Gisteren was ik in De Biesbosch en heb daar - inclusief de rit van en naar station Dordrecht vice versa - voor mijn doen veel (ca. 40 km) gefietst. Met mijn moeilijke knieën èn op een OV-fiets zonder versnellingen was dat best een zwaar 'dingetje', dus had ik er weinig fiducie in. In het lopen bedoel ik.

Na het opstaan voelde ik mijn onderrug wel, met de benen viel het mee. Dus toch maar proberen. Er stond een redelijk pittige training op het programma (met dank aan Pierre), te weten 5-2-5 en dat twee maal. Had mij voorgenomen rustig aan te doen.

Welnu, dat voornemen is uitgekomen al had dat minder te maken met mijn wil om het rustig-aan te doen dan met de onwil van de benen. Al bij het inlopen voelde ik: "dat gaat 'm niet worden vandaag". Amper twee minuten na de start van het eerste tempo haakte ik af. Vervolgens heb ik op eigen houtje wat gelopen (afwisselend stukjes wandelen en joggen) in Leydenhof en Het Hyacintenbosch bij Ockenburgh. Maar het ging eigenlijk voor geen meter. Toch geprobeerd in eigen tempo wat minuutjes te lopen, 3-5-5-4 minuten met ruime (2 minuten) tussenpauze. Beschouw het maar als een herstelloopje.

Bish Bosch

Toch nog iets over mijn tochtje Biesbosch. Het staat hierboven een beetje vreemd opgeschreven. Het is de titel van een album van Scott Walker. Dat schoot mij onderweg naar De Biesbosch steeds te binnen.

Gisteren vertrok ik vrij vroeg van huis. Stukje lopen naar de Nieuwendamlaan waar tram 2 vertrok. Bij station Laan van NOI uitstappen en verder met de trein naar Dordrecht. Het werd mijn eerste treinreis mèt mondkapje. In Dordrecht bij de fietsenstalling een OV fiets gescoord, waarna de rit naar De Biesbosch volgde.


Het werd al meteen een pittig begin, want de weg van station tot plaats van bestemming was ca. 7 kilometer vals plat, de weg steeg voortdurend. Uiteindelijk kwam ik uit bij een StayOkee lokatie. Het was er vrij druk, kennelijk veel gasten die er hadden overnacht. Ik wilde van daaruit naar De Elzen, het poldergebied van De Biesbosch. Maar eens kijken of ik de wielewaal zou horen, volgens waarneming.nl zit hij daar ergens. Een vriendelijke jongedame aan de balie gaf mij een kaartje mee waarop summier routes in De Biesbosch stonden aangegeven, inclusief enkele fietsknooppunten. Daarna even op het buitenterras gezeten, met een cappucinootje.

Wat volgde was een lange fietstocht, regelmatig onderbroken door stops omdat ik her en der foto's wilde maken. Al met al is er gisteren inclusief de rit van en naar Dordrecht v.v. zo'n kleine 40 kilometer (weliswaar moeizaam op een OV-Fiets) weggetrapt. Uiteraard heb ik de wielewaal niet gehoord, laat staan gezien, maar hoe dan ook was het constant genieten van het mooie weer en de prachtige natuur...



Op Facebook heb ik al aardig wat foto's gedeeld, op deze plek een paar daarvan en het restant. De kleurrijkste foto's maakte ik bij Natuurmuseum Twintighoeven, een klein maar interessant museum waarbij de focus vooral ligt op de natuur- en cultuurgeschiedenis van vlak voor de Sint-Elizabethsvloed (van 1421) tot heden.



Behalve de landschappelijke ontstaansgeschiedenis van het tegenwoordige Eiland van Dordrecht, met streekeigen beroepen als visser, eendenkooiker, biezenplanter, rietsnijder, griendwerker en landbouwer, komen hier zowel de natuurwaarden van dit waterrijke getijdengebied ruimschoots aan bod.

Aan de buitenkant van het museum, onder de daklijst, heeft een kolonie huiszwaluwen in koepelvormige vormen hun nesten gebouwd. De meeste jonge zwaluwen waren al uitgevlogen, maar ik zag nog enkele broedende paartjes. Misschien een tweede leg?


In het museum zelf zijn bovendien het Natuur Informatie Centrum - met aardige en communicatieve dames achter het informatiedesk - en het poldercentrum van de Natuur- en Vogelwacht gevestigd.

Persoonlijk vind ik de uitzonderlijk kleurrijke bloemen/vlindertuin voor het museum het hoogtepunt van het museum. Tientallen vlinders fourageren hier op een grote diversiteit aan 'vlinderlokkende' planten waaronder budleja, kattenstaart, zonnehoed, margrieten en vingerhoedskruid.






Geen opmerkingen: