Domweg gelukkig in de Kalverstraat. In het gedicht van J.C. Bloem gaat het om de Dapperstraat, maar in de stad van 020 kun je in veel straten dat sprankelende geluksgevoel ervaren. Voorwaarde is wel dat het een mooie voorjaarsdag is, het zonnetje schijnt en de mensen minder sjacherijnig dan anders zijn of lijken. Aan al deze voorwaarden is vandaag voldaan.
Ik had zin om er vandaag eens op uit te gaan. Dat werd dus Mokum. Hoe vaak ben ik daar al niet geweest in mijn leven, ik heb er zelfs een jaartje gebivakkeerd. Maar elke keer weer ervaar je dat tintelende, de bijzondere dynamiek van die stad. De stad genereert een soort energie dat je helemaal doortrekt. Dat geldt voor meer grote steden. Parijs heeft dat ook maar toch weer op een andere manier, Rotterdam heeft het, Berlijn, en ga zo maar even door.
Vanaf Centraal Station ben ik meteen gaan lopen, via het Damrak langs al die toeristische winkeltjes en terrassen tot aan de Dam. Daar stonden De Dood en zijn tweelingbroer de passanten op te wachten. Nou, mooi niet, mij kregen ze niet mee vandaag. Wel stiekum een foto maken. Nou stiekum hoeft niet, àls er ergens veel gefotografeerd wordt is het wel in Amsterdam.
Ik liep de kalverstraat in. Heerlijk weer, ik stroomde meteen vol energie. Een wat tanige, sportief uitziende man keek naar mij, een vage begroeting. Ik herkende hem wel, meteen draaide ik mij om: het was Jan Dirk Hazeleger, ooit lid van The Hague Road Runners en een regionale toploper destijds, als-ie een slechte dag had liep hij 30 minuten op de 10 kilometer, vaak kwam hij daaronder. Even een praatje gemaakt. Ooit had ik 'm geïnterviewd voor het clubblad van de HRR, want van die vereniging ben ik midden jaren tachtig tot 1997 lid geweest. Leuke kerel, hij zei dat hij tegenwoordig minder wedstrijden liep en de stok nu had overgegeven aan zijn zoon die hij coacht.
Verder ging de weg. Dit vind ik leuk, zo van die korte onverwachte en ongeplande ontmoetingen met mensen die je tijden niet gezien hebt, soms kruis je letterlijk elkaars weg.
Nee, ik heb geen foto van 'm gemaakt en nee, ik heb hem niet aangesproken (de foto hier heb ik ergens van internet geplukt). Ik kan mij voorstellen dat die man door zo veel mensen wordt benaderd, ik had zoiets van: 'laat 'm met rust'. Wel begroette ik 'm vriendelijk en hij groette terug, daarna vervolgde ik mijn weg. Mijn sympathie heeft hij, de man doet goed werk en dat-ie daarmee erg veel geld verdient, tja. Een topvoetballer verdient ook idioot veel geld, met het jaarsalaris van een paar toppers kun je - bij wijze van spreken - meteen de hele economische crisis bezweren maar dat vinden we allemaal heel gewoon "want dat is nu eenmaal de markt".
Maar genoeg over Derek, ik vervolgde mijn wandeling. Via de Munt naar het Rembrandtplein, rechtdoor naar het Waterlooplein en uiteindelijk kwam ik bij Artis uit.
Van hardlopen is deze week niet veel gekomen, de reden is genoegzaam bekend. Woensdagavond heb ik niet getraind en vandaag amper twintig minuten. Op zich gaat het wel beter met de voet dus de halve marathon aanstaande zondag heb ik nog niet op de buik geschreven.
Jazeker, een dagje Artis! Het was vrij rustig in de dierentuin, vooral buitenlandse toeristen, jonge mensen over het algemeen. Wat mij opviel was dat je overal in Amsterdam veel slavische talen hoort spreken: russisch, pools, tsjechisch. Het zal wel toeval zijn, maar de Engelsen, Amerikanen, Fransen en Italianen waren vandaag duidelijk in de minderheid.
In Artis heb ik een aantal familieleden bezocht. Van hardlopen is deze week niet veel gekomen, de reden is genoegzaam bekend. Woensdagavond heb ik niet getraind en vandaag amper twintig minuten. Op zich gaat het wel beter met de voet dus de halve marathon aanstaande zondag heb ik nog niet op de buik geschreven.
1 opmerking:
Wat een mooi verhaal! Inderdaad, Amsterdam heeft een bepaalde magie die Rotterdam ook heeft en Den Haag miet. Niet iedereen voelt dit zo trouwens. Wat me dan weer verbaast. Net als jouw bewondering voor Derek. Veel geld verdienen is tot daar aan toe, maar die man is toch een oplichter?
Een reactie posten